Er zijn dingen waar je aan went.
En er zijn dingen waar je aan móét wennen.
Voor veel mensen met een beperking, neurologische aandoening of blaasproblemen hoort katheteriseren bij het dagelijks leven. Het is geen keuze, maar een medische noodzaak.
Drie keer per dag.
Vier keer per dag.
Soms nog vaker.
Voor sommigen begint het op jonge leeftijd en blijft het een leven lang onderdeel van hun routine.
Wat vaak minder besproken wordt, zijn de gevolgen die dit op de lange termijn kan hebben. Niet alleen lichamelijk, maar ook praktisch en emotioneel.
Katheteriseren is voor veel mensen een manier om controle over hun lichaam terug te krijgen. Tegelijkertijd brengt het ook risico’s en onzekerheden met zich mee.
Daar wordt vaak weinig over gesproken.
Waarom katheteriseren nodig is
Een gezonde blaas slaat urine op en geeft vervolgens een signaal wanneer hij vol raakt. De hersenen sturen daarna de spieren aan om de blaas te legen.
Wanneer de zenuwverbindingen tussen de hersenen en de blaas niet goed functioneren, kan dit proces verstoord raken.
De blaas kan dan:
-
niet goed leeg raken
-
te veel urine vasthouden
-
ongecontroleerd samentrekken
-
of juist helemaal niet reageren
Wanneer urine in de blaas achterblijft kan dat gevaarlijke gevolgen hebben.
Urine kan namelijk terugstromen richting de nieren, wat uiteindelijk schade kan veroorzaken aan het nierweefsel. Ook neemt het risico op infecties sterk toe wanneer urine te lang in de blaas blijft staan.
Katheteriseren helpt om de blaas op vaste momenten volledig te legen en zo complicaties te voorkomen.
Het is dus geen luxe, maar een medische noodzaak.
Urineweginfecties
Een van de meest voorkomende complicaties van katheteriseren zijn urineweginfecties.
Bij elke katheterisatie wordt een hulpmiddel via de plasbuis in de blaas gebracht. Zelfs wanneer dit zeer hygiënisch gebeurt, kunnen bacteriën toch hun weg naar de blaas vinden.
Symptomen van een infectie kunnen zijn:
- troebele urine
- een sterke of afwijkende geur
- branderig gevoel bij het katheteriseren
- koorts of verhoging
- vermoeidheid
- toename van spasmes
- meer incontinentie dan normaal
Voor sommige mensen blijft het bij een incidentele infectie. Anderen krijgen meerdere infecties per jaar.
In dat geval is vaak antibiotica nodig.
Antibioticaresistentie
Wanneer antibiotica regelmatig nodig zijn, ontstaat er een nieuw probleem. Bacteriën kunnen zich namelijk aanpassen en minder gevoelig worden voor de medicijnen.
Dit heet antibioticaresistentie.
Dat betekent dat een behandeling die eerst goed werkte, later minder effectief kan zijn.
Artsen proberen dit zoveel mogelijk te voorkomen door eerst urineonderzoek te doen. Daarbij wordt gekeken welke bacterie de infectie veroorzaakt en welke antibiotica daar het beste tegen werken.
Soms worden ook andere maatregelen ingezet om infecties te voorkomen, zoals:
-
vaker katheteriseren zodat er minder resturine achterblijft
-
voldoende drinken
-
medicatie die de blaas rustiger maakt
-
blaasinstillaties waarbij medicatie direct in de blaas wordt gebracht
Beschadiging van de plasbuis
De plasbuis is gevoelig en kwetsbaar. Door herhaald katheteriseren kan het slijmvlies geïrriteerd raken.
Na verloop van tijd kan dit leiden tot:
-
kleine beschadigingen
-
bloedverlies
-
irritatie van het slijmvlies
-
littekenvorming
Wanneer littekenweefsel ontstaat, kan de plasbuis nauwer worden. Dit wordt een urethrastrictuur genoemd.
Wanneer dit gebeurt kan katheteriseren moeilijker worden. De katheter gaat minder soepel naar binnen en soms ontstaat er pijn of weerstand.
Veel mensen proberen dan instinctief meer kracht te gebruiken, maar dat kan juist extra schade veroorzaken.
Behandeling van een vernauwing
Wanneer een vernauwing ontstaat kan een uroloog verschillende behandelingen overwegen.
Een eerste stap kan zijn om de plasbuis voorzichtig op te rekken met speciale instrumenten.
In andere gevallen kan een kleine operatie nodig zijn waarbij het littekenweefsel via een kijkinstrument wordt ingesneden.
Wanneer de vernauwing ernstig is, kan een grotere operatie nodig zijn waarbij de plasbuis chirurgisch wordt hersteld.
Na een behandeling kan het tijdelijk nodig zijn om een katheter te dragen zodat de plasbuis rustig kan genezen.
Veranderingen in de blaas
Wanneer de blaas langdurig problemen heeft met het opslaan en legen van urine, kan de structuur van de blaas veranderen.
De blaaswand kan bijvoorbeeld:
-
dikker worden
-
stijver worden
-
minder goed uitrekken
Wanneer de druk in de blaas te hoog wordt, kan urine terugstromen richting de nieren. Dit wordt reflux genoemd.
Op lange termijn kan dit leiden tot:
-
nierbeschadiging
-
verminderde nierfunctie
-
terugkerende nierbekkenontstekingen
Daarom worden mensen met langdurige blaasproblemen vaak regelmatig gecontroleerd.
Dat gebeurt bijvoorbeeld met:
-
echografie van de nieren
-
urodynamisch onderzoek
-
bloedonderzoek naar de nierfunctie
Wanneer de blaasdruk te hoog is kan medicatie worden gegeven om de blaas te ontspannen.
In sommige gevallen kan een operatie nodig zijn om de blaas te vergroten.
Blaasstenen
Blaasstenen ontstaan wanneer mineralen en bacteriën zich ophopen in de urine en samenklonteren.
Dit gebeurt vaker wanneer:
-
urine in de blaas achterblijft
-
er regelmatig infecties zijn
-
er katheters worden gebruikt
Klachten kunnen zijn:
-
pijn in de onderbuik
-
bloed in de urine
-
verstopping van een katheter
-
terugkerende infecties
Wanneer een blaassteen te groot wordt om vanzelf te verdwijnen, kan een operatie nodig zijn.
Hoe verloopt een operatie voor blaasstenen
De meeste blaasstenen worden verwijderd via een kijkoperatie.
De uroloog brengt een dunne camera via de plasbuis in de blaas. Met speciale instrumenten wordt de steen vervolgens vergruisd, vaak met behulp van een laser.
De kleine steendeeltjes worden daarna uit de blaas gespoeld.
De ingreep gebeurt meestal onder narcose of met een ruggenprik.
Na de operatie kan er tijdelijk een katheter worden geplaatst en kan er enkele dagen bloed in de urine zitten.
De meeste mensen kunnen na korte tijd weer naar huis.
De psychische en praktische impact
Wat vaak onderbelicht blijft, is de mentale belasting van katheteriseren.
Het is niet alleen een medische handeling.
Het betekent ook:
-
altijd materiaal bij je hebben
-
plannen wanneer je katheteriseert
-
nadenken over toiletten
-
rekening houden met hygiëne
Voor veel mensen betekent dit dat spontane activiteiten minder vanzelfsprekend worden.
Daarnaast blijft het een intiem onderwerp waar weinig mensen openlijk over praten.
10 signalen dat er iets mis kan gaan bij katheteriseren
Katheteriseren wordt vaak routine. Juist daardoor kunnen veranderingen soms ongemerkt blijven.
Let daarom op signalen zoals:
-
Pijn bij het inbrengen van de katheter
-
Weerstand bij het inbrengen
-
Bloed bij het katheteriseren
-
Troebele urine
-
Sterke geur van urine
-
Koorts of ziek gevoel
-
Pijn of druk in de onderbuik
-
Katheter die moeilijk leegloopt
-
Verandering in urinekleur
-
Steeds terugkerende infecties
Hoe herken je problemen met een dwarslaesie
Voor mensen met een dwarslaesie werkt het lichaam anders. Signalen van de blaas worden niet altijd normaal doorgegeven aan de hersenen.
Incomplete dwarslaesie
Bij een incomplete dwarslaesie werken sommige zenuwbanen nog gedeeltelijk.
Mensen kunnen merken:
-
een drukkend gevoel in de onderbuik
-
een branderig gevoel bij katheteriseren
-
meer zenuwpijn
-
toename van spasmes
-
een gevoel dat er iets niet klopt
Complete dwarslaesie
Bij een complete dwarslaesie ontbreken deze signalen vaak.
Het lichaam kan dan reageren met:
-
plotselinge spasmes
-
zweten boven het niveau van de laesie
-
hoofdpijn
-
roodheid van de huid
-
kippenvel
Dit kan wijzen op autonome dysreflexie, een sterke reactie van het zenuwstelsel die kan ontstaan bij een volle blaas, infectie of blokkade.
Dit moet altijd serieus genomen worden.
Luisteren naar je lichaam
Voor mensen die regelmatig katheteriseren wordt het vaak een automatisme.
Maar juist daarom is het belangrijk om alert te blijven op veranderingen.
Je lichaam geeft signalen wanneer er iets niet klopt.
Die signalen serieus nemen kan problemen op langere termijn helpen voorkomen.
Meer lezen over leven met een beperking
De ervaringen die ik in deze blog beschrijf komen niet alleen uit theorie, maar ook uit mijn eigen leven. In mijn boek Gebonden, maar niet gebroken – Leven met een Tethered Cord vertel ik open en eerlijk over het leven met Spina Bifida, een Tethered Cord en een incomplete dwarslaesie.
Over pijn, verlies van controle over je lichaam, maar ook over veerkracht, liefde en doorgaan wanneer het leven anders loopt dan je had gedacht.
Het boek laat zien hoe een medische aandoening niet alleen je lichaam raakt, maar ook je identiteit, relaties en toekomstbeeld.
Reactie plaatsen
Reacties